Out of the box-onderzoek naar betere werking implantaten door ‘oren op steeltjes’

hommel oren

De technologie van cochleair implantaten is in de loop van de tijd steeds verder verbeterd. Het horen gaat ook steeds beter, maar dragers van gehoorimplantaten kunnen nog steeds niet bepalen uit welke richting geluiden komen. Audioloog en neurowetenschapper Martijn Agterberg van het RadboudUMC in Nijmegen hoopt dat de oren van hommels ons kunnen leren hoe je dat wel voor elkaar krijgt.

De oren van deze bijensoort zitten op het einde van de sprieten. Toen Agterberg dat tot zich liet doordringen, beleefde hij naar eigen zeggen een eureka-moment: hij denkt namelijk dat deze dieren de geluidsrichting kunnen bepalen door de sprieten (en daarmee de oren) te bewegen. Agterberg hoopt dat met dit principe van beweegbare antennes ook dragers van implantaten geluid kunnen lokaliseren.

Implantaten geven geluiden rechtstreeks door aan de gehoorzenuw. Dat doen deze instrumentjes vrij goed, maar dragers weten niet uit welke hoek het geluid komt. Daarmee is het implantaat verre van volmaakt. Vooral in een omgeving met achtergrondgeluid is het moeilijk gesprekken te volgen. En als het lukt, kost het veel moeite.

Dat je met gezonde oren wél weet waar geluid vandaan komt, is te danken aan de afstand tussen het linker- en rechteroor. Geluid van links komt aan die kant een fractie eerder aan dan rechts. Hoe klein het tijdsverschil ook is, op die manier kunnen we vrij nauwkeurig vaststellen waar de bron zit.

Bij hommels is de afstand tussen de oren nog veel kleiner. De vraag is dan ook of deze insecten tóch weten uit welke richting geluiden komen. Tot het tegendeel is bewezen, gaat Agterberg ervan uit dat hommels dat kunnen, namelijk door de sprieten te bewegen en zo de afstand tussen de oren groter of kleiner te maken.

Het idee van de onderzoeker is om dit mechanisme in implantaten in te bouwen. Het zou de gehoorkwaliteit aanzienlijk verbeteren, maar er is nog een lange weg te gaan. Het onderzoek van Agterberg is zo pril, dat hij zelfs eerst nog moet vaststellen in welke mate hommels kunnen horen. Tot nu toe ging de wetenschap ervan uit dat de dieren vrijwel alleen op reuk en zicht afgaan, maar Agterberg denkt dat hommels zich wel degelijk ook op geluid oriënteren.

In het dagelijks leven werkt de onderzoeker op het RadboudUMC in Nijmegen met kinderen die niet of slecht horen. Het onderzoek naar de hommeloren doet Agterberg in zijn eigen tijd. Sinds het eurekamoment zitten bijna al zijn vrije uren hierin.

Voor de experimenten die hij rond zijn bijenhotel uitvoert, krijgt Agterberg subsidie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Maar om verder te komen is meer geld nodig. Ook hoopt hij op wetenschappelijke ondersteuning en samenwerking met de makers van implantaten en hoortoestellen.

Naar de mening van Agterberg gaan de kosten voor de baat uit. Door de vergrijzing neemt het aantal mensen met gehoorproblemen sterk toe en daarmee stijgt ook de rekening die de maatschappij moet betalen voor audiologische zorg. Innovatie in de gehoorzorg betaalt zich op termijn terug, is de overtuiging van Agterberg.

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email